ECLI:NL:CRVB:2010:BO7393
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuiste woonadresopgave
Appellant ontving bijstand van april 2004 tot juli 2005 en gaf als woonadres het adres van zijn moeder op. Na onderzoek door de Sociale Dienst en sociale recherche bleek dat appellant niet daadwerkelijk op dat adres woonde. Huisbezoeken en verklaringen van familieleden ondersteunden dit.
Het College van burgemeester en wethouders van Diemen trok de bijstand in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er geen redelijke grond was voor huisbezoeken en dat verklaringen van zijn moeder vanwege een niet gewezen verschoningsrecht buiten beschouwing moesten blijven. Ook stelde hij dat het vertrouwen was gewekt dat het onderzoek geen negatieve gevolgen zou hebben en dat er meer was teruggevorderd dan betaald.
De Raad oordeelde dat het huisbezoek van 17 februari 2005 terecht was en dat de verklaringen van de moeder wel mochten worden meegewogen. Het tijdsverloop wekte geen onrechtmatig vertrouwen. De terugvordering was correct en sloot aan bij de daadwerkelijk betaalde bijstand. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.