ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8497
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en gezamenlijke huishouding
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB, waarbij hem expliciet de verplichting was opgelegd om alle inkomsten uit muziekoptredens en aanverwante activiteiten te melden. Uit onderzoek van sociaal rechercheurs bleek dat appellant regelmatig optrad en inkomsten ontving zonder dit te melden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Daarnaast voerden appellant en appellante gedurende een bepaalde periode een gezamenlijke huishouding, wat gevolgen had voor de hoogte van de bijstand.
Het college van burgemeester en wethouders van Groesbeek trok de bijstand van appellant in en vorderde de kosten terug, mede van appellante, wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting en het verzwegen van de gezamenlijke huishouding. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn optredens amateuristisch waren en geen inkomsten opleverden, en dat hij geen auto’s had verhandeld. Ook werd betwist dat sprake was van een gezamenlijke huishouding. De Raad oordeelde dat het optreden als accordeonist als op loon waardeerbare arbeid moet worden aangemerkt en dat appellant de meldingsplicht heeft geschonden. Verder werd vastgesteld dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden, waarbij wederzijdse zorg werd geleverd.
De Raad verwierp de bezwaren van appellanten en bevestigde de bestreden uitspraak. De intrekking en terugvordering van bijstand zijn daarmee rechtsgeldig. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting en het voeren van een gezamenlijke huishouding.