ECLI:NL:CRVB:2011:BP3815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen lid meervoudige kamer Centrale Raad van Beroep
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank en vervolgens een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. Korte, lid van de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep, omdat hij eerder had meegewerkt aan een voor haar onwelgevallige uitspraak.
De Raad overweegt dat wraking alleen kan worden toegewezen bij feiten of omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor partijdigheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. De enkele omstandigheid dat mr. Korte betrokken was bij een eerdere onwelgevallige uitspraak is onvoldoende.
Na het horen van verzoekster en mr. Korte concludeert de Raad dat er geen grond is voor het vermoeden van partijdigheid of vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen.
De beslissing is genomen door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters en uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2011.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Korte wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.