ECLI:NL:CRVB:2014:3892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens overschrijding vermogensgrens na schadevergoeding auto-ongeluk
Betrokkene had een auto-ongeluk op 16 april 2008 en ontving in 2012 een schadevergoeding van in totaal €40.000,-, waarvan €15.000,- als voorschotten en €25.000,- als slotuitkering. Bij de aanvraag van bijstand in april 2012 werd het vermogen berekend waarbij de voorschotten buiten beschouwing bleven en van de slotuitkering een derde deel werd vrijgelaten. Het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst wees de aanvraag af wegens overschrijding van de vermogensgrens.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond en oordeelde dat 60% van de slotuitkering vrijgelaten moest worden, mede vanwege het materiële karakter van een deel van de schadevergoeding en de periode voorafgaand aan de aanvraag. Het bestuur ging in hoger beroep en voerde aan dat het aan het college is om te bepalen wat verantwoord is vanuit bijstandsperspectief en dat de rechter slechts terughoudend mag toetsen.
De Raad oordeelde dat het college terecht een derde deel van de slotuitkering vrijliet en dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom deze verdeling onredelijk zou zijn. Betrokkene had geen aannemelijk overzicht van nog te maken kosten overlegd. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het bezwaarbesluit ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.