ECLI:NL:CRVB:2011:BT2302
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid inhouding Zvw-bijdrage bij verdragsgerechtigden woonachtig in Zweden
Appellanten, woonachtig in Zweden en houders van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen uit Nederland, voerden bezwaar aan tegen de inhouding van een bijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Zij stelden dat zij in Zweden verplicht verzekerd zijn en via belastingen bijdragen aan de zorgkosten, waardoor sprake zou zijn van dubbele betaling en belemmering van hun recht op vrij verkeer binnen de EU.
De Centrale Raad van Beroep verwees naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (zaak C-345/09, Van Delft e.a.) waarin is vastgesteld dat artikel 28 bis Pro in samenhang met artikel 33 van Pro Verordening 1408/71 een grondslag biedt voor het heffen van een Zvw-bijdrage door Nederland, ook als de zorg in het woonland via een ingezetenenstelsel wordt gefinancierd. De Raad concludeerde dat appellanten terecht als verdragsgerechtigden zijn aangemerkt en dat de bijdrage rechtmatig is.
Verder oordeelde de Raad dat het feit dat appellanten in Zweden via belasting bijdragen aan de zorgkosten een interne aangelegenheid van Zweden is en niet leidt tot een schending van het recht op vrij verkeer zoals neergelegd in artikel 21 VWEU Pro. Ook is voorzien in een regeling die dubbele premieheffing voorkomt. De rechtbank had de beroepen van appellanten al ongegrond verklaard, hetgeen de Raad bevestigt.
De Raad zag geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bevestigde de bestreden uitspraak, waarmee de inhouding van de Zvw-bijdrage rechtmatig blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de inhouding van de Zvw-bijdrage op de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van appellanten rechtmatig is.