ECLI:NL:CRVB:2011:BU4522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding in bijstandszaak
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen waarin werd meegedeeld dat geen bijstand met terugwerkende kracht kon worden verleend. De rechtbank Assen verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het College tot een beperkte proceskostenvergoeding, waarbij zij de zaak als van zeer licht gewicht aanmerkte.
Appellante ging in hoger beroep tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding en betoogde dat de rechtbank ten onrechte een zeer lichte wegingsfactor hanteerde. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de rechtbank haar oordeel onvoldoende motiveerde en dat de zaak gezien de inhoud en het belang als gemiddeld moest worden aangemerkt.
De Raad oordeelde dat de latere aanvraag om bijstand en de afwijzing daarvan het belang van appellante niet wegneemt en dat de proceskostenvergoeding daarom verhoogd moest worden. De Raad vernietigde het bestreden vonnis voor zover het de proceskostenvergoeding betrof en stelde deze vast op € 322,-- voor verleende rechtsbijstand in eerste aanleg en € 437,-- voor in hoger beroep, met vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verhoogt de proceskostenvergoeding en veroordeelt het College tot betaling van € 322,-- in eerste aanleg en € 437,-- in hoger beroep.