ECLI:NL:CRVB:2011:BV2699
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M. Greebe
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Beoordeling betekenis 'in belangrijke mate' bij verlaging WAO-uitkering met PGB
Appellant ontvangt een WAO-uitkering en heeft een persoonsgebonden budget (PGB) toegekend gekregen voor hulp en verzorging. Het UWV heeft de WAO-uitkering verlaagd tot 85% van het dagloon omdat appellant met het PGB in belangrijke mate in zijn behoefte aan oppassing en verzorging wordt voorzien.
De rechtbank heeft het besluit van het UWV vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar tegelijkertijd geoordeeld dat de verlaging terecht is omdat 'in belangrijke mate' volgens het UWV en de rechtbank betekent dat er minder dan 50% van de behoefte wordt gedekt door het PGB.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitleg en oordeelt dat 'in belangrijke mate' in de Beleidsregel niet betekent het grootste deel of meer dan 50%, maar juist minder dan 50%. Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de verlaging van de WAO-uitkering tot 85% met PGB wordt bevestigd.