ECLI:NL:CRVB:2014:42
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging IVA-uitkering wegens reeds verstrekte persoonsgebonden budget
Appellant is met ingang van 6 januari 2010 een IVA-uitkering toegekend wegens volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Hij maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om deze uitkering niet te verhogen ondanks zijn hulpbehoevendheid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen eerdere besluiten niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het besluit van 3 mei 2011 ongegrond. Appellant stelde dat de Beleidsregel verhoging uitkering bij hulpbehoevendheid in strijd is met artikel 53 van Pro de Wet WIA en dat de rechtbank ten onrechte naar eerdere uitspraken verwees.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat artikel 53 Wet Pro WIA bepaalt dat de uitkering kan worden verhoogd bij blijvende hulpbehoevendheid, tenzij de verzekerde reeds via een andere voorziening, zoals een persoonsgebonden budget (pgb), in belangrijke mate wordt voorzien in oppassing en verzorging. Uit het rapport van de bezwaarverzekeringsarts bleek dat appellant hulp nodig heeft bij essentiële levensverrichtingen, maar dat het toegekende pgb hem in staat stelt verpleegkundige hulp in te schakelen. Dit betekent dat het pgb in belangrijke mate voorziet in zijn behoefte aan verzorging.
De Raad bevestigde dat de Beleidsregel de rechterlijke toets kan doorstaan en dat het UWV terecht toepassing gaf aan artikel 3, tweede lid, van de Beleidsregel. Het hoger beroep slaagde niet en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot verhoging van de IVA-uitkering wordt bevestigd.