ECLI:NL:CRVB:2012:BV1024
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- Y.J. Klik
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-melding onroerend goed en vermogen in Turkije
Appellant ontving sinds 1984 bijstand en vanaf 2005 aanvullend op zijn ouderdomspensioen. Na melding van een familiewoning in Turkije startte de gemeente een onderzoek, waaruit bleek dat appellant eigenaar was van aanzienlijke onroerende zaken en een Turks pensioen ontving.
Het College trok de bijstand met terugwerkende kracht in vanaf 1997 en vorderde terugbetaling van bijstandskosten. De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant voerde aan niet redelijkerwijs over de onroerende zaken te kunnen beschikken en betwistte de waardering.
De Raad oordeelde dat het eigendom van onroerend goed de veronderstelling rechtvaardigt dat appellant erover kon beschikken, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Appellant slaagde hier niet in, leverde onvoldoende bewijs en schond zijn inlichtingenplicht. Ook werd vastgesteld dat het Turkse pensioen meetelde als inkomen.
De Raad bevestigde daarom de intrekking van de bijstand en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant zijn inlichtingenplicht schond en niet aannemelijk maakte dat hij niet over zijn onroerende zaken kon beschikken.