ECLI:NL:CRVB:2012:BX6120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en onroerend goed in Suriname
Betrokkene 1 ontving sinds 1997 bijstand en had onroerende zaken in Suriname op zijn naam staan die niet waren gemeld aan het college. Na een anonieme tip werd onderzoek gedaan waaruit bleek dat betrokkene 1 sinds 1958 eigenaar was van twee percelen in Paramaribo. Een taxatie uit 2008 bepaalde de waarde op €38.000.
Het college trok de bijstand over meerdere perioden in en vorderde kosten terug wegens overschrijding van de vermogensgrens en schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank vernietigde deze besluiten deels omdat de waarde van de onroerende zaken niet correct was vastgesteld en het aan het college was om de waarde op 1 juli 1997 vast te stellen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel dat betrokkene 1 de inlichtingenverplichting had geschonden en dat het aan hem was om aannemelijk te maken wat de waarde van de onroerende zaken was op 1 juli 1997. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover het college werd gevolgd en vernietigde het besluit van 23 augustus 2010, maar liet de rechtsgevolgen van dat besluit in stand. Het hoger beroep van betrokkene werd afgewezen.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit van 23 augustus 2010 maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand en bevestigt dat betrokkene de inlichtingenverplichting heeft geschonden.