ECLI:NL:CRVB:2013:914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- A.M. Overbeeke
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand sinds 1996 en werd na tips over haar vermeende werkzaamheden en bezit van onroerend goed in Suriname onderzocht door de gemeente Rotterdam. Uit onderzoek bleek dat zij sinds 16 oktober 2007 eigenaar was van een perceel grond met opstallen. Het college trok daarop haar bijstand in met terugwerkende kracht en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij de waarde van het onroerend goed baseerde op een deskundigenrapport. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet over het onroerend goed beschikte en dat de waarde te hoog was vastgesteld.
De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet beschikte over het onroerend goed en dat de waarde niet lager was dan vastgesteld. Ook werd bevestigd dat schending van de inlichtingenverplichting een rechtsgrond vormt voor intrekking van bijstand. Appellante slaagde er niet in te bewijzen dat zij recht op bijstand had gehad als zij wel had voldaan aan haar inlichtingenplicht.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de intrekking en terugvordering van de bijstand over de periode van 16 oktober 2007 tot en met 14 april 2010. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand blijft gehandhaafd.