ECLI:NL:CRVB:2013:CA0915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens onrechtmatig verblijf en onjuiste identiteit
Appellant ontving bijstand over meerdere periodes op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem trok het recht op bijstand in en vorderde de kosten terug wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf en onjuiste personalia. Dit besluit werd ondersteund door een onderzoek van het bureau Fraudebestrijding en een brief van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) waarin werd gesteld dat appellant niet de opgegeven identiteit had en geen Nederlander was.
De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het college mocht uitgaan van de verblijfsrechtelijke informatie van de IND. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet de vermeende identiteit was en dat de terugvordering disproportioneel was, mede gelet op het EVRM. De Raad stelde vast dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij rechtmatig verblijf had en dat hij zijn inlichtingenverplichting had geschonden door onjuiste personalia op te geven.
De Raad bevestigde dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.