ECLI:NL:CRVB:2014:2191
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor woninginrichting na verhuizing ondanks schuldsanering
Appellante, werkzaam in loondienst, is toegelaten tot de schuldsaneringsregeling sinds 1 februari 2011. Na verhuizing van een koopwoning naar een huurwoning op 19 juli 2012 vroeg zij bijzondere bijstand aan voor de kosten van woninginrichting. Het college wees dit af omdat haar inkomen boven 110% van de bijstandsnorm ligt en zij geacht wordt de kosten te kunnen reserveren of gespreid te betalen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat de schuldsaneringsregeling een bijzondere omstandigheid vormt, omdat zij verplicht is haar spaarcapaciteit aan schuldeisers te besteden en geen huurtoeslag ontvangt. De Raad oordeelde dat de verhuizing voorzienbaar was vanaf het moment van toelating tot de schuldsanering en dat het uitstellen van verkoop een eigen keuze was.
Vastgesteld werd dat de kosten zich voordoen en noodzakelijk zijn, maar het ontbreken van reserveringsruimte door schulden geen bijzondere omstandigheid is die bijstand rechtvaardigt. Ook het ontbreken van huurtoeslag en hoge huurlasten kunnen niet leiden tot een andere beoordeling. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt de weigering van bijzondere bijstand.