ECLI:NL:CRVB:2012:BV2540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering en heropening inzake redelijke termijn
Appellant ontving een WAO-uitkering die door het UWV per 1 juni 2004 werd herzien van 45-55% naar 55-65% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en tegen een latere herziening per 7 juni 2006 naar 15-25%. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het besluit van 18 februari 2005 gegrond en bepaalde dat het UWV binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen.
Het UWV nam het nieuwe besluit pas op 2 april 2007, wat een overschrijding van de redelijke termijn betekende. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts, ook zonder nieuw medisch onderzoek, zorgvuldig en voldoende was gemotiveerd. De mate van arbeidsongeschiktheid was op goede gronden vastgesteld.
De Raad constateerde dat de totale procedure meer dan zeven jaar duurde, waarbij de redelijke termijn in zowel de bestuurlijke als rechterlijke fase werd overschreden. Daarom werd het onderzoek heropend om nader te beslissen over de gevraagde schadevergoeding wegens deze overschrijding. De Staat der Nederlanden werd als partij in deze procedure betrokken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en heropent het onderzoek voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.