ECLI:NL:CRVB:2012:BV2723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WW-uitkering wegens ontbreken gezagsverhouding tussen partners
Appellante werkte fulltime als administratief medewerkster bij een eenmanszaak van haar partner, met wie zij samenwoont. Het UWV kende haar aanvankelijk een WW-uitkering toe, maar herzag dit besluit en vorderde ten onrechte ontvangen uitkeringen terug wegens het ontbreken van een dienstbetrekking.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat er geen gezagsverhouding was die een privaatrechtelijke dienstbetrekking zou rechtvaardigen. De Raad bevestigt dit oordeel en verwijst naar jurisprudentie waarin is bepaald dat bij partners doorgaans geen gezagsverhouding wordt aangenomen, tenzij de omstandigheden dit duidelijk aantonen.
Het onderzoeksrapport werknemersfraude toonde aan dat appellante sterk betrokken was bij het bedrijf en een andere positie had dan werknemers, een hoog loon ontving en preventief een WW-uitkering had aangevraagd, wat wijst op het ontbreken van werkgeversgezag.
Appellante voerde aan dat er wel sprake was van gezagsverhouding, maar kon dit niet met concrete feiten onderbouwen. De Raad bevestigt dat zij geen werknemer is in de zin van artikel 3 WW Pro en dat het UWV terecht de uitkering introk en onverschuldigde betalingen terugvorderde.
De Raad bevestigt beide aangevallen uitspraken en legt geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Appellante heeft geen recht op WW-uitkering wegens ontbreken van een gezagsverhouding en moet onverschuldigde betalingen terugbetalen.