ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens ontbreken privaatrechtelijke dienstbetrekking
Appellante was werkzaam via een re-integratietraject bij P/flex en Maatwerk na beëindiging van haar dienstverband bij de gemeente Rotterdam. Zij sloot een payroll-overeenkomst met P/flex, gericht op re-integratie, waarbij geen sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.
Het UWV weigerde haar een WW-uitkering toe te kennen omdat zij niet voldeed aan de referte-eis en de activiteiten in het re-integratietraject geen arbeid in de zin van artikel 7:610 BW Pro vormden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de overeenkomst met P/flex niet leidde tot een verplichting tot het persoonlijk verrichten van arbeid, een essentieel criterium voor een dienstbetrekking. De werkzaamheden bij RPEX b.v. waren te kort om aan de referte-eis te voldoen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en op een CAO-bepaling faalde.
De Raad stelde dat het UWV geen ondubbelzinnige toezegging had gedaan dat appellante als werknemer zou worden beschouwd en dat premieafdracht door P/flex onvoldoende was om dit te concluderen. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen werknemer was en wijst het hoger beroep en verzoek om schadevergoeding af.