ECLI:NL:CRVB:2012:BV9932
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening, intrekking en terugvordering TW-uitkering met boete wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving over de periode van 30 november 2005 tot 23 oktober 2007 een te hoge Toeslagenwet-uitkering (TW), deels door het niet tijdig melden van inkomsten uit arbeid van zichzelf en zijn echtgenote. Het UWV herzag en trok de uitkering in, vorderde het teveel betaalde bedrag terug en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV de beleidsregels consistent had toegepast en dat er geen dringende redenen waren om af te zien van herziening, intrekking of terugvordering. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij dacht dat het UWV op de hoogte was van zijn werkzaamheden via een re-integratiebureau, dat hij onder bewind stond en dat zijn slechte financiële situatie een dringende reden vormde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV op grond van de TW verplicht was tot herziening, intrekking en terugvordering. Er waren geen dringende redenen aanwezig om hiervan af te zien. De Raad wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af omdat het UWV geen rechtens relevante mededelingen heeft gedaan. De boete is evenredig en terecht opgelegd, mede omdat appellant uit eigen beweging de situatie meldde. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening, intrekking en terugvordering van de TW-uitkering en de opgelegde boete wegens schending van de inlichtingenplicht.