ECLI:NL:CRVB:2019:2142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering naar thuiswonende norm en terugvordering bevestigd
Betrokkene ontving studiefinanciering als uitwonende studerende, terwijl zij in de basisregistratie personen (brp) was ingeschreven op hetzelfde adres als haar ouders. De minister herzag daarom de studiefinanciering naar de norm voor een thuiswonende studerende en vorderde het te veel betaalde bedrag terug.
De rechtbank Amsterdam had deze herziening vernietigd en toepassing van de hardheidsclausule overwogen vanwege administratieve nalatigheid van betrokkene en het ontbreken van misbruik. De minister ging in hoger beroep tegen dit oordeel.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat betrokkene zelf verantwoordelijk is voor een juiste adresregistratie en dat de wetgever expliciet heeft gekozen voor de norm dat recht op uitwonendenbeurs alleen bestaat als de inschrijving in de brp overeenkomt met het feitelijke woonadres. De herziening is volgens de Raad niet onredelijk en is tijdig uitgevoerd binnen de wettelijke termijn.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond, waardoor de herziening en terugvordering standhouden. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De herziening van studiefinanciering naar de thuiswonende norm en de terugvordering worden bevestigd en het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.