ECLI:NL:CRVB:2012:BW7703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.C.P. Venema
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek geïndiceerde AWBZ-zorg wegens illegaal verblijf en toepassing koppelingsbeginsel
Appellant, een Somalische nationaliteit dragende persoon die illegaal in Nederland verblijft, werd door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) geïndiceerd voor zorg op grond van de AWBZ. Het zorgkantoor weigerde de zorg te realiseren vanwege het illegale verblijf en het daarop gebaseerde koppelingsbeginsel in artikel 5, tweede lid, van de AWBZ.
Appellant stelde dat het weigeren van zorg een schending van artikel 8 EVRM Pro inhoudt, omdat het zijn privéleven en fysieke integriteit aantast. De Raad overwoog dat de Staat binnen een ruime margin of appreciation een vergoedingsstelsel via artikel 122a van de Zorgverzekeringswet (Zvw) heeft ingevoerd, dat medisch noodzakelijke zorg toegankelijk maakt voor vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf.
Het rapport van Berenschot bevestigde dat dit systeem in de praktijk de toegankelijkheid van zorg faciliteert. De Raad concludeerde dat de weigering van het zorgkantoor niet leidt tot een ongerechtvaardigde schending van artikel 8 EVRM Pro en dat appellant zich rechtstreeks tot zorgaanbieders kan wenden.
Het hoger beroep werd ontvankelijk verklaard, maar het beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad benadrukte dat het koppelingsbeginsel de aanspraak op AWBZ-zorg uitsluit bij illegaal verblijf, en dat de gekozen regeling voldoet aan de verdragsverplichtingen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om geïndiceerde AWBZ-zorg vanwege het illegale verblijf van appellant zonder schending van artikel 8 EVRM.