ECLI:NL:CRVB:2012:BW8315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-melding arbeidsinkomsten
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en kreeg deze aanvankelijk toegekend. Tijdens een heronderzoek bleek dat appellant inkomsten uit arbeid had genoten zonder dit aan het college te melden. Het college herzag daarop de bijstand en vorderde een bedrag van €2.327,20 bruto terug.
Appellant voerde aan dat de inlichtingenverplichting pas vanaf de datum van de bezwaarbeslissing gold en dat zijn bijverdiensten vrijgelaten moesten worden volgens de beleidsregels. De Raad oordeelde dat de inlichtingenverplichting al vanaf de datum van de aanvraag bestond, ook al was de aanvraag aanvankelijk afgewezen.
Verder stelde de Raad vast dat het college terecht een vaste gedragslijn hanteert waarbij deeltijdarbeid die niet is gemeld niet wordt meegeteld als arbeidsinschakeling. De beroepsgronden van appellant faalden en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van bijstand bevestigd.