ECLI:NL:CRVB:2012:BX4881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling AOW-verzekering en verblijfstatus appellant
Appellant, geboren in Brazilië en sinds 1994 in Nederland, vordert erkenning als verzekerd voor de AOW vanaf een eerdere datum dan 22 mei 1997. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) had hem pas vanaf die datum als verzekerd aangemerkt vanwege het ontbreken van een duurzame persoonlijke band met Nederland daarvoor.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat appellant niet rechtmatig verbleef in bepaalde perioden en dus niet verzekerd was. In hoger beroep betoogt appellant dat hij wel rechtmatig verbleef en dat hij al eerder verzekerd had moeten zijn.
De Raad stelt vast dat appellant voor 22 mei 1997 geen duurzame persoonlijke band met Nederland had en bevestigt dat hij pas vanaf die datum verzekerd is. Wel vernietigt de Raad het besluit over die periode wegens een onjuiste beoordelingsgrondslag, maar laat de rechtsgevolgen intact. De Raad bevestigt dat appellant in de latere perioden niet rechtmatig verbleef en dus niet verzekerd was.
De Raad veroordeelt de Svb in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak volgt op een uitgebreide toetsing van het begrip ingezetene en de toepasselijke wet- en regelgeving, mede in het licht van arresten van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het besluit over AOW-verzekering voor de periode voor 22 mei 1997 wordt vernietigd, overige beslissingen worden bevestigd.