ECLI:NL:CRVB:2012:BX6441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet naleven opzegtermijn bij beëindiging arbeidsovereenkomst
Appellante trad in februari 2009 in dienst als sociotherapeut-verpleegkundige met vaste werktijden overdag. Door een reorganisatie wijzigde de werkgever eenzijdig haar werktijden per 1 juli 2009 naar flexibele diensten, wat appellante vanwege haar thuissituatie niet kon accepteren. Na vruchteloze gesprekken sloten partijen een vaststellingsovereenkomst waarbij de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden werd beëindigd per 1 juli 2009.
Appellante vroeg een WW-uitkering aan, die het UWV toekende vanaf 1 juli 2009 maar pas uitbetaalde vanaf 1 november 2009 wegens een benadelinghandeling. Het UWV stelde dat appellante had nagelaten een vergoeding of naleving van de vier maanden opzegtermijn te vorderen, terwijl dit haalbaar was geweest. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat een vordering kansloos was omdat de werkgever zich onwrikbaar opstelde en zij in een onmogelijke positie verkeerde. De Raad oordeelde echter dat appellante zich onvoldoende had verdiept in haar rechten en dat zij redelijkerwijs had kunnen en moeten streven naar naleving van de opzegtermijn of vergoeding. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de tijdelijke gehele weigering van de WW-uitkering bevestigd.