ECLI:NL:CRVB:2012:BY4337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens verblijf buitenland en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en vertrok zonder melding langer dan vier weken naar Pakistan. Het college trok de bijstand over die periode in en legde een verlaging op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep. Appellant voerde aan dat hij vanwege de ernstige ziekte van zijn moeder moest reizen en dat hij dit telefonisch had gemeld, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt.
De Raad oordeelt dat het verblijf niet te maken had met de gezondheidssituatie van appellant zelf en dat geen sprake was van een acute noodsituatie die zeer dringende redenen zou rechtvaardigen. Ook werd de inlichtingenplicht geschonden omdat appellant het college niet tijdig informeerde over zijn verblijf in het buitenland.
De verlaging van de bijstand blijft daarom gehandhaafd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland zonder melding wordt bevestigd.