ECLI:NL:CRVB:2012:BY5952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, legde een loonsanctie op aan betrokkene wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen na ziekte van een werknemer. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, omdat zij oordeelde dat de werknemer slechts marginaal belastbaar was en de bedrijfsarts dit had vastgesteld.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de werknemer geen ernstige psychische stoornis had en dat de re-integratieverplichtingen zorgvuldig waren beoordeeld. Betrokkene stelde dat de psychische beperkingen van de werknemer ernstig waren en dat de re-integratie niet van de grond kwam door opname en beperkingen.
De Raad concludeert dat de rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen voldoende onderbouwing bieden voor het oordeel dat betrokkene onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht zonder deugdelijke grond. De toekenning van een WGA-uitkering later is geen reden om het oordeel te wijzigen. Ook het standpunt over de termijn van oplegging van de loonsanctie wordt verworpen.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt in stand gehouden en het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.