ECLI:NL:CRVB:2014:1858
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bijdrage Zorgverzekeringswet voor gepensioneerden woonachtig in België
Appellanten, gepensioneerden woonachtig in België, voerden bezwaar tegen de inhouding van een buitenlandbijdrage op hun pensioenen ingevolge de Zorgverzekeringswet (Zvw). Zij betwistten onder meer hun status onder Verordening (EEG) nr. 1408/71 en de rechtmatigheid van de bijdrageheffing.
De Raad bevestigde dat appellanten onder de personele werkingssfeer van Verordening 1408/71 vallen, ook al hebben zij in hun woonland geen werkzaamheden verricht, verwijzend naar het arrest Van Delft (C-345/09) en Rundgren (C-389/99). Tevens werd geoordeeld dat artikel 28 van Pro Vo 1408/71 van toepassing is en niet artikel 13, tweede lid, sub f. De geldigheid van de E 121-verklaringen werd niet betwist.
De Raad oordeelde dat Nederland als pensioenland verantwoordelijk is voor de zorgkosten in België en dat de inhouding van de buitenlandbijdrage op de pensioenen rechtmatig is. De Regeling Zorgverzekering is niet in strijd met de Grondwet of het EVRM. De berekening van de bijdragegrondslag is correct uitgevoerd, ook na herziening van het besluit over 2006. Het beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellanten tegen de vaststelling van de buitenlandbijdrage wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.