ECLI:NL:CRVB:2013:2132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven van echtgenoten
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand waarbij de echtgenote aanspraak maakte op een uitkering als alleenstaande ouder. Na een onderzoek door de gemeente Heerlen werd vastgesteld dat zij niet duurzaam gescheiden leefden, waardoor de bijstand onterecht werd verleend en teruggevorderd.
De rechtbank had het beroep van appellant tegen de terugvordering ongegrond verklaard, mede verwijzend naar een eerdere onherroepelijke uitspraak over de echtgenote. Appellant stelde dat onvoldoende feitelijke grondslag bestond en dat zijn verklaringen onder druk en zonder advocaat waren afgelegd.
De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte zonder nader onderzoek was uitgegaan van de eerdere uitspraak. Uit de verklaringen van appellant en zijn echtgenote, ondersteund door getuigenverklaringen, bleek dat zij gedurende de gehele periode niet duurzaam gescheiden leefden. De Raad verwierp het verweer over onrechtmatige bewijsvoering en bevestigde dat de bijstand terecht was teruggevorderd.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten en werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de bijstand wordt bevestigd.