ECLI:NL:CRVB:2013:2387
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toeslag bij bijstand voor alleenstaande met gedeelde woning
Appellante woont samen met haar zuster in een huis met één toegangsdeur en één adres, waarbij zij een eigen woonruimte heeft maar de toegangsdeur en gemeenschappelijke ruimtes deelt. Het college heeft haar bijstand toegekend met een toeslag van 10 procent omdat zij de woning deelt met anderen, terwijl appellante aanspraak maakte op een toeslag van 20 procent voor een zelfstandige woning.
De Centrale Raad van Beroep heeft overwogen dat het begrip woning in de Verordening toeslagen en verlagingen WWB 2009 moet worden uitgelegd overeenkomstig het begrip in de WWB, waarbij een zelfstandige woning wordt gekenmerkt door een eigen toegangsdeur zonder gedeelde woonfuncties. Omdat appellante de toegang en gemeenschappelijke ruimtes deelt met haar zuster, wordt haar woonruimte niet als zelfstandige woning aangemerkt.
De Raad wees het beroep van appellante af en bevestigde het besluit van het college om de toeslag van 10 procent toe te kennen. De eerdere toekenning van 20 procent toeslag was onterecht en het college was niet verplicht een overgangsperiode toe te passen. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Appellante ontvangt terecht een toeslag van 10 procent omdat zij een woning deelt met haar zuster en geen zelfstandige woning bewoont.