ECLI:NL:RBGEL:2020:580
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke terugvordering bijstand wegens beschikking over aangetroffen contant geld
Eiser ontving bijstand van de gemeente Arnhem, die later een bedrag van € 96.621,50 terugvorderde over de periode van maart 2011 tot juli 2018. Dit volgde op een doorzoeking in 2008 waarbij € 109.990 aan contanten werd aangetroffen in de kledingkast van eiser. Hoewel eiser stelde dat een deel van dit geld in bewaring was gegeven aan een derde, heeft de rechtbank geoordeeld dat het civiele vonnis dat deze bewaarneming vaststelt, niet betekent dat feitelijk sprake was van bewaring waarbij eiser niet over het geld kon beschikken.
De rechtbank overwoog dat eiser wisselende verklaringen gaf over de herkomst van het geld en geen objectief verifieerbare bewijzen heeft geleverd dat hij niet over het geld kon beschikken. Ook het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin de herkomst van het geld werd besproken, sluit niet uit dat eiser over het geld kon beschikken. De belangenafweging door verweerder is voldoende inzichtelijk gemaakt en de verjaring van de terugvordering is niet aan de orde omdat de termijn pas begon te lopen toen het beslag werd opgeheven in 2018.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht aan eiser moet vergoeden en veroordeelt verweerder in de helft van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en de terugvordering bevestigd.