ECLI:NL:CRVB:2013:2981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- G. van Zeben-de Vries
- D.S. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering persoonsgebonden budget wegens niet-naleving verantwoordingsplicht
Appellante kreeg een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend voor persoonlijke verzorging over de periode juni tot december 2009. Het Zorgkantoor stelde bij eindafrekening vast dat een bedrag van €4.174,18 moest worden teruggevorderd wegens onvoldoende verantwoording van de besteding.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij met het aanleveren van verantwoordingsformulieren aan haar verplichtingen had voldaan en dat bijzondere omstandigheden, zoals 24-uurs zorg door haar inwonende dochter, een versoepeling van de verantwoordingsplicht rechtvaardigden. De Raad oordeelde echter dat de verantwoordingsplicht strikt is en dat appellante geen correcte declaraties, urenoverzichten of zorgovereenkomst had overgelegd.
De Raad benadrukte dat het Zorgkantoor op grond van de Regeling subsidies AWBZ en artikel 4:46 Awb Pro bevoegd is het pgb lager vast te stellen bij niet-naleving van verplichtingen. Ook bij terugvordering is een belangenafweging vereist, maar vaststaat dat onverschuldigd is betaald en appellante geen recht had op het voorschotbedrag.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep geen doel treft en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Groningen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het pgb wordt bevestigd.