ECLI:NL:CRVB:2013:787
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar en rechtmatigheid brutering terugvordering bijstand wegens hennepkwekerij
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB. Na ontdekking van een hennepkwekerij in zijn woning trok het college de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de betaalde bijstand terug. Appellant stelde bezwaar in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen en geen verschoonbare termijnoverschrijding.
Appellant betwistte de rechtmatigheid van de terugvordering en de brutering van de vordering met loonheffing, stellende dat het college traag handelde en hem daardoor de mogelijkheid ontnam tijdig te betalen. De Raad oordeelde dat appellant zijn adreswijziging naar Turkije niet tijdig had doorgegeven en dat dit voor zijn risico kwam, waardoor de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
Verder stelde de Raad vast dat de terugvordering rechtens vaststond en dat het college op grond van artikel 58, vierde lid, WWB bevoegd was tot brutering. De vordering was niet buiten het doen van appellant ontstaan, zodat het niet relevant was of hij door handelen van het college niet tijdig kon betalen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar en de brutering van de terugvordering bevestigd.