ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onderzoeksplicht Sociale Verzekeringsbank bij AOW-pensioenaanvraag inzake kinderaftrek wettelijke vader
Appellant heeft bij de Sociale Verzekeringsbank (Svb) een AOW-pensioen aangevraagd, waarbij een korting werd toegepast vanwege een periode waarin hij niet verzekerd was. Appellant stelde in bezwaar dat hij in die periode in Nederlands Nieuw Guinea woonde en dat zijn wettelijke vader mogelijk kinderaftrek genoot, wat van invloed zou zijn op zijn AOW-rechten.
De Svb verklaarde het bezwaar ongegrond omdat appellant geen concrete gegevens kon aanleveren waaruit bleek dat zijn wettelijke vader kinderaftrek genoot. De rechtbank oordeelde dat de bewijslast bij appellant lag en dat het niet op de weg van de Svb lag om nader onderzoek te verrichten zonder aanknopingspunten.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze lijn. De Raad stelt dat bij besluiten op aanvraag de bewijslast in hoofdzaak bij de aanvrager ligt, zeker wanneer de feiten binnen diens invloedssfeer liggen. Aangezien de wettelijke vader is overleden en de Belastingdienst geen gegevens meer heeft, kan van de Svb niet worden verlangd dat zij zelf onderzoek verricht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.