ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering WW-uitkering wegens schending inlichtingenplicht zelfstandige
Appellant voerde werkzaamheden uit als zelfstandige tijdens de periode van zijn WW-uitkering, maar heeft dit niet gemeld aan het Uwv. Het Uwv trok daarom de WW-uitkering en toeslag in en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak deels en oordeelde dat het Uwv terecht heeft gehandeld.
De Raad stelde vast dat appellant geen uren als zelfstandige heeft opgegeven op werkbriefjes en ook niet anderszins melding heeft gemaakt van zijn zelfstandige werkzaamheden. Ondanks zijn stelling dat hij het Uwv telefonisch had geïnformeerd, was hiervan geen bewijs. De Raad vond dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden, waardoor het Uwv niet kon vaststellen of nog recht op uitkering bestond.
De Raad oordeelde dat het Uwv op grond van de wet verplicht was de uitkering in te trekken en de onverschuldigd betaalde bedragen terug te vorderen. De door appellant aangevoerde dringende redenen om van terugvordering af te zien, werden niet aanvaard. Ook het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatigheid werd afgewezen. Wel werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de WW-uitkering en toeslag worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht door appellant.