ECLI:NL:CRVB:2012:BV0538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW- en ZW-uitkering wegens schending inlichtingenplicht zelfstandige
Appellant ontving een WW-uitkering en was tevens als zelfstandige werkzaam. Hij meldde echter niet tijdig de voortzetting van zijn zelfstandige werkzaamheden, waardoor het UWV besloot tot herziening van de WW- en ZW-uitkeringen en terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden en dat hij minimaal 1.225 uren per jaar als zelfstandige werkzaam was geweest. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij onjuiste informatie van het UWV had ontvangen en daarom geen melding hoefde te doen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden en dat het UWV het buitenwettelijk begunstigend beleid consistent had toegepast. Er was geen aanleiding om af te zien van herziening en terugvordering. Het beroep tegen het besluit van 20 december 2010 werd ongegrond verklaard, het beroep tegen het besluit van 3 juni 2008 gegrond en dat besluit vernietigd.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De uitspraak bevestigt dat het niet melden van zelfstandige werkzaamheden leidt tot herziening en terugvordering van uitkeringen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 20 december 2010 wordt ongegrond verklaard, het besluit van 3 juni 2008 wordt vernietigd, en het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.