ECLI:NL:CRVB:2012:BW9085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- M. Greebe
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW- en ZW-uitkering bij werkzaamheden als zelfstandige
In deze zaak staat de herziening en terugvordering van WW- en ZW-uitkeringen centraal, waarbij betrokkene werkzaamheden als zelfstandige verrichtte. Appellant, het UWV, had de uitkeringen herzien en onverschuldigd betaalde bedragen teruggevorderd over de periode van april 2004 tot juni 2006. De rechtbank had de terugvordering deels vernietigd op basis van de zesmaanden-jurisprudentie, maar de Raad stelt vast dat deze jurisprudentie hier niet van toepassing is omdat de wet een terugvorderingsplicht oplegt.
Tijdens het hoger beroep is gebleken dat betrokkene geen uren als zelfstandige op zijn werkbriefjes heeft vermeld, ondanks duidelijke informatieverplichtingen. De Raad beoordeelt dat het beleid in de ZZP-handleiding consistent is toegepast en dat appellant terecht heeft besloten tot terugvordering. De eerdere vernietiging van het besluit wordt beperkt tot de opdracht voor een nieuwe beslissing, waarbij de nieuwe besluiten van appellant grotendeels standhouden.
De Raad verklaart het beroep tegen het besluit van 17 december 2010 gegrond en vernietigt dat besluit voor zover het terugvorderingen betreft, maar verklaart het beroep tegen het besluit van 28 december 2011 ongegrond. Tevens veroordeelt de Raad appellant tot vergoeding van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: De Raad bevestigt de terugvordering van onverschuldigde WW- en ZW-uitkeringen en veroordeelt appellant in de proceskosten.