ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2289
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens weigering re-integratietraject en heropening onderzoek redelijke termijn
Appellante ontving bijstand volgens de WWB en weigerde tweemaal deel te nemen aan het door het college aangeboden traject 'Werken op proef'. Het college verlaagde haar bijstand met 100% voor respectievelijk drie en zes maanden, waarbij de tweede maatregel later werd teruggebracht tot twee maanden vanwege de gemeentelijke verordening.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond en oordeelde dat appellante verwijtbaar handelde door niet mee te werken aan het traject. Ook werd geoordeeld dat de verlaging van de bijstand geen strafrechtelijke sanctie was in de zin van het EVRM.
In hoger beroep bevestigde de Raad deze beoordeling en verwierp de bezwaren van appellante, waaronder het betoog dat de verlaging een straf was en dat het traject geen redelijk perspectief bood. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn deels in behandeling genomen, waarbij het onderzoek werd heropend en de Staat der Nederlanden als partij werd aangemerkt.
Het verzoek om schadevergoeding werd verder afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De Raad wees ook het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 februari 2013.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens weigering deelname aan het re-integratietraject wordt bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt heropend.