ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijstandsverlening met terugwerkende kracht wegens ontbreken nieuwe feiten en bijzondere omstandigheden
Appellante was sinds 1 januari 2010 werkzaam op basis van een nulurencontract en werd op 25 januari 2010 ontslagen. Zij vroeg bijstand aan met ingang van haar ontslagdatum, maar het college wees dit aanvankelijk af. Later werd bijstand toegekend vanaf 18 oktober 2010, de datum waarop zij zich opnieuw meldde.
Appellante stelde bezwaar in tegen het weigeren van bijstand over de periode van 25 januari 2010 tot 18 oktober 2010. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd overwogen dat over de eerste periode reeds besluitvorming had plaatsgevonden zonder nieuwe feiten en dat over de tweede periode geen bijzondere omstandigheden bestonden om bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. Voor de periode tot 10 juni 2010 was het besluit onherroepelijk en waren de door appellante aangevoerde feiten geen nieuwe omstandigheden. Voor de periode daarna ontbraken bijzondere omstandigheden die een afwijking van het uitgangspunt rechtvaardigen. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van bijstand met terugwerkende kracht wordt bevestigd.