ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- E.E.V. Lenos
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over verzekeringspositie en pensioenherziening AOW
Appellant, een Nederlandse staatsburger die in Nederland en België heeft gewoond en gewerkt, betwistte de vaststelling dat hij niet verzekerd was voor de volksverzekeringen over bepaalde periodes. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) had eerder E104-verklaringen afgegeven die later werden ingetrokken vanwege onvoldoende bewijs van werkzaamheden in Nederland.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij substantiële werkzaamheden in Nederland had verricht in de relevante periodes. Er ontbraken arbeidsovereenkomsten, loonstroken of andere bewijsstukken. De Svb had de E104-verklaringen terecht ingetrokken en het AOW-pensioen herzien naar 36% van het maximale pensioen.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, waarbij de overschrijding grotendeels aan het bestuursorgaan kon worden toegerekend. De Raad vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit. De Svb werd veroordeeld tot een schadevergoeding van €1.500 en vergoeding van het griffierecht.
De Raad verwierp ook het betoog van appellant over discriminatie en onjuiste vertegenwoordiging door de Svb. Het beleid van de Svb inzake herziening van besluiten werd als consistent beoordeeld. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 maart 2013.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; de Svb wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van €1.500.