ECLI:NL:CRVB:2012:BV7609
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting partnertoeslag AOW wegens niet-verzekerde periode partner
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de korting van 70% op de partnertoeslag bij zijn AOW-pensioen, omdat zijn echtgenote over de periode van haar 15e verjaardag tot 1 mei 2000 niet verzekerd was voor de AOW. De rechtbank had de korting terecht geacht, omdat artikel 13 AOW Pro dwingendrechtelijk is en het aantal verzekeringsjaren van de partner bepalend is.
Appellant voerde aan dat hij als kostwinner recht heeft op een volledig pensioen en stelde dat zijn rechten onteigend zijn zonder schadeloosstelling. Hij stelde ook dat hij gediscrimineerd wordt ten opzichte van mensen zonder inkomen die niet worden gekort. De Raad oordeelde dat de korting niet leidt tot ontneming van eigendom in de zin van het EVRM en dat het streven van de wetgever om alleen ingezetenen te verzekeren een gerechtvaardigd doel is.
De Raad liet de vraag of sprake is van inbreuk op het privé- of gezinsleven in het midden, maar vond dat daarvoor een objectieve rechtvaardiging bestaat. De stelling van appellant over vervalste documenten werd niet gevolgd, omdat kopieën van de stukken aan appellant waren verstrekt en een aantekening op een dossierstuk geen ander oordeel rechtvaardigt.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting van 70% op de partnertoeslag AOW wegens niet-verzekerde periode van de partner.