ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering en matiging boete wegens niet-melden zelfstandige werkzaamheden
Appellant voerde sinds juni 2006 werkzaamheden uit als zelfstandige zonder dit op zijn werkbriefjes te vermelden, terwijl hij een WW-uitkering ontving. Het UWV herzag de uitkering en legde een boete op wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat appellant de informatieplicht heeft geschonden door zijn zelfstandige werkzaamheden niet te melden, maar erkent ook dat het UWV hem ten onrechte toestemming gaf voor een startperiode als zelfstandige, terwijl hij al eerder werkzaamheden verrichtte. Hierdoor is de opgelegde boete van €2.269,- niet evenredig.
Gezien de omstandigheden, waaronder het niet adequaat handelen van het UWV en de beperkte ernst van de overtreding, stelt de Raad de boete vast op €1.000,-. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De boete wegens het niet melden van zelfstandige werkzaamheden wordt gematigd tot €1.000,- en eerdere besluiten worden vernietigd.