ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5751
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens schending inlichtingenplicht tijdens oriëntatieperiode
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het Uwv tot herziening en terugvordering van zijn WW-uitkering over de periode van 15 september 2004 tot en met 3 september 2006, alsmede tegen de opgelegde boete wegens het niet melden van gewerkte uren tijdens de oriëntatieperiode. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak omdat de rechtbank het latere besluit van 3 februari 2011 niet heeft betrokken.
De Raad oordeelt dat appellant tijdens de oriëntatieperiode werkzaamheden verrichtte die niet onder de toegestane oriënterende handelingen vielen. Het opzetten van een geautomatiseerd bezorgsysteem en het verzenden van opdrachtbevestigingen/facturen zijn activiteiten die het werknemerschap in de zin van de WW beëindigen. Appellant had deze uren moeten melden, wat hij naliet, waardoor hij zijn inlichtingenplicht schond.
De Raad bevestigt dat het Uwv terecht de WW-uitkering heeft herzien en teruggevorderd en dat de opgelegde boete van € 2.269,- proportioneel is gezien de ernst en omvang van de overtreding. Het beroep tegen het besluit van 3 februari 2011 wordt ongegrond verklaard, het beroep tegen het bestreden besluit wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Tevens wordt het Uwv veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 3 februari 2011 wordt ongegrond verklaard en de opgelegde herziening, terugvordering en boete blijven in stand.