ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstand en toeslag op grond van vermeende verminderde bijstandbehoefte niet gerechtvaardigd
Appellant ontvangt sinds mei 2009 bijstand als alleenstaande met een toeslag van 10% van het minimumloon. Na een controleonderzoek naar zijn financiële situatie, waarbij onduidelijkheden over bankafschriften en bestedingspatroon aan het licht kwamen, besloot het dagelijks bestuur de bijstand per februari 2010 in te trekken en terug te vorderen.
Bij besluit van maart 2011 werd dit deels herzien: de bijstand werd verlaagd tot 50% van het minimumloon en de terugvordering beperkt. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn sobere levensstijl en spaargedrag niet rechtvaardigen dat de bijstand en toeslag worden verlaagd, omdat verlaging van de toeslag alleen bij lagere woonlasten mogelijk is en verlaging van de norm slechts in zeer bijzondere situaties.
De Raad oordeelt dat het bestedingspatroon van appellant geen zeer bijzondere situatie vormt die verlaging rechtvaardigt. De bijstand is een all-in-norm die vrijheid van besteding toelaat, waaronder sober leven. Het dagelijks bestuur heeft de inlichtingenverplichting niet langer als geschonden beschouwd. Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en herroept eerdere besluiten tot intrekking en terugvordering. Tevens veroordeelt de Raad het dagelijks bestuur in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van bijstand en toeslag wordt vernietigd en eerdere besluiten tot intrekking en terugvordering worden herroepen.