ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging en intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand tot juli 2010, waarna het college de bijstand verlaagde en vervolgens introk wegens het niet reageren op oproepen voor gesprekken, wat een schending van de inlichtingenverplichting opleverde. Appellante vroeg later bijstand aan met terugwerkende kracht, maar deze werd geweigerd omdat zij geen nieuwe feiten of bijzondere omstandigheden had aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de verlaging en weigering ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellante terecht een maatregel kreeg opgelegd vanwege haar gedragingen en dat het college voldoende rekening had gehouden met haar persoonlijke omstandigheden.
Het hoger beroep wordt verworpen, waarbij de Raad benadrukt dat de schending van de inlichtingenverplichting een maatregelwaardige gedraging is en dat de verlaging en intrekking van de bijstand rechtmatig zijn. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de verlaging en intrekking van de bijstand bevestigd.