ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens gezamenlijke huishouding en inkomen boven norm
Appellante voerde gedurende de te beoordelen periode een gezamenlijke huishouding met haar partner, wiens inkomen hoger was dan de bijstandsnorm voor gehuwden. Het college beëindigde daarom de bijstand en wees een nieuwe aanvraag af. Appellante stelde dat zij en haar partner volgens verschillende wetgevingen verschillend werden aangemerkt, wat tot onverenigbare situaties zou leiden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college de aanvraag terecht als een gezamenlijke aanvraag heeft opgevat en dat het inkomen van de partner de bijstand uitsluit. De uitzondering van zeer dringende redenen volgens artikel 16 WWB Pro was niet van toepassing omdat appellante en haar partner niet tot een andere kring van rechthebbenden behoorden, maar simpelweg niet voldeden aan de inkomensnorm.
De Raad verwierp het beroep van appellante en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Groningen. Tevens wees de Raad erop dat civielrechtelijke procedures openstaan voor het herzien van alimentatieverplichtingen, maar dat dit niet relevant is voor de bijstandsaanvraag. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat appellante en haar partner een gezamenlijke huishouding voeren met een inkomen boven de bijstandsnorm.