Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt de Svb in de proceskosten van betrokkenen tot een bedrag van in totaal
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft het hoger beroep van de Sociale verzekeringsbank tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het woonlandbeginsel toepaste op ANW-uitkeringen aan nabestaanden woonachtig in Marokko. Dit woonlandbeginsel leidt tot een vermindering van de uitkering gebaseerd op het kostenniveau van het woonland.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de ANW-uitkeringen onder het toepassingsgebied vallen van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko (NMV). Artikel 5 van Pro dit verdrag verbiedt vermindering van uitkeringen op grond van het feit dat de rechthebbende in een ander verdragsland woont. De Raad stelt vast dat het woonlandbeginsel feitelijk leidt tot een vermindering van de uitkering vanwege het wonen in Marokko, ondanks de stelling van de appellant dat dit gebaseerd is op het kostenniveau.
De Raad wijst de stelling van appellant af dat de uitkering slechts wordt aangepast aan het bestaansminimum van het woonland, omdat de ANW dit niet ondersteunt. De vermindering van de uitkering door toepassing van het woonlandbeginsel is daarmee in strijd met artikel 5 van Pro het NMV. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en veroordeelt de appellant tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het woonlandbeginsel in strijd is met artikel 5 van het NMV en wijst het hoger beroep van de Sociale verzekeringsbank af.