ECLI:NL:CRVB:2014:2598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking loongerelateerde WGA-uitkering wegens meer dan 65% arbeidsgeschiktheid
Appellant is na een ongeval in 2006 arbeidsongeschikt geraakt en ontving aanvankelijk geen WIA-uitkering omdat hij meer dan 65% arbeidsgeschikt werd geacht. Na een nieuwe uitval in 2009 werd hem een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend met een vastgesteld dagloon van €77,21. Deze uitkering werd in 2011 ingetrokken omdat appellant toen meer dan 65% arbeidsgeschikt was.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het dagloon onjuist was vastgesteld omdat zijn structureel meer gewerkte uren niet waren meegenomen en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, onder meer omdat relevante medische informatie niet was betrokken en het Verzekeringsgeneeskundig protocol Whiplash associated disorder I/II niet was toegepast.
De Raad oordeelde dat het dagloon terecht was vastgesteld op basis van loonstroken die de overuren bevestigen en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd met betrokkenheid van de curatieve sector. De medische beperkingen en de geschiktheid van de voorgehouden functies zijn correct vastgesteld, waardoor de intrekking van de uitkering terecht is.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de loongerelateerde WGA-uitkering wordt bevestigd omdat appellant meer dan 65% arbeidsgeschikt is en het dagloon correct is vastgesteld.