ECLI:NL:CRVB:2014:2661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering pgb voor niet-AWBZ-begeleiding bij agorafobie
Appellante kreeg een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend voor begeleiding op grond van de AWBZ. Het Zorgkantoor stelde bij eindafrekening vast dat een deel van het pgb was besteed aan zorg door een zorgverlener gericht op herstel van agorafobie, wat volgens het Zorgkantoor als behandeling moet worden aangemerkt en niet onder begeleiding valt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen de terugvordering ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de zorg wel begeleiding betrof en dat het Zorgkantoor verwachtingen had gewekt door een deel van het bedrag te accepteren.
De Raad oordeelde dat de activiteiten van de zorgverlener gericht waren op herstel van de aandoening en niet op het ondersteunen bij vaardigheden of het aanbrengen van structuur zoals bedoeld in het Besluit zorgaanspraken AWBZ. Daarom konden de kosten niet worden verantwoord onder het pgb. Ook was het Zorgkantoor bevoegd het pgb lager vast te stellen en terug te vorderen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het pgb bevestigd.