ECLI:NL:CRVB:2014:4044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering naar thuiswonende norm na huisbezoek
Appellante ontving vanaf augustus 2012 studiefinanciering op basis van de uitwonende norm, terwijl zij in de GBA stond ingeschreven op het adres van haar tante. De Minister herzag dit besluit en kwalificeerde haar als thuiswonend, waarna een terugvordering van €2.902,70 volgde. De Minister baseerde dit op een huisbezoek waarbij bleek dat appellante geen eigen ingerichte kamer had en onvoldoende persoonlijke bezittingen op het GBA-adres aanwezig waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en vond de bevindingen van het huisbezoek voldoende feitelijke grondslag voor de conclusie dat appellante niet op haar GBA-adres woonde. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was omdat zij niet aanwezig was bij het huisbezoek en dat de situatie tijdelijk was door kamerwijzigingen.
De Raad oordeelde dat het niet noodzakelijk is dat de studerende bij het huisbezoek aanwezig is en dat het rapport van het huisbezoek een toereikende feitelijke basis biedt. De Raad vond de wisselende verklaringen van appellante over haar slaapplaats ongeloofwaardig en concludeerde dat de Minister aan zijn bewijslast had voldaan. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van studiefinanciering naar de thuiswonende norm wordt bevestigd.