ECLI:NL:CRVB:2015:1014

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 maart 2015
Publicatiedatum
1 april 2015
Zaaknummer
14-6514 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:21 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van hoger beroep na intrekking buiten termijn

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in bij brief van 23 januari 2015. Later gaf appellant aan dat deze intrekking berustte op een misverstand, omdat hij dacht dat de proceskostenvergoeding al was betaald. Hij verzocht alsnog om een uitspraak over de proceskostenvergoeding.

De Raad overwoog dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht het hoger beroep schriftelijk kan worden ingetrokken, maar dat een eenmaal ingetrokken hoger beroep niet meer ongedaan kan worden gemaakt tenzij de intrekking binnen de hoger beroepstermijn wordt herroepen of sprake is van een wilsgebrek. In deze zaak was de intrekking bevoegd en zonder voorbehoud, en was geen herroeping binnen de termijn gedaan. Ook was geen wilsgebrek vastgesteld.

Daarom werd het hoger beroep rechtsgeldig ingetrokken en kon dit niet meer ongedaan worden gemaakt. Gelet op eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad betekent dit dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep dan ook niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het hoger beroep is rechtsgeldig ingetrokken en wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 18 maart 2015
14/6514 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 28 oktober 2014, 14/695 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft A.M.C. van Dalen, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en op 22 januari 2015 een nieuw besluit genomen.
Bij brief van 23 januari 2015 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Bij brief van 5 maart 2015 heeft appellant meegedeeld dat de brief van 23 januari 2015 berust op een misverstand omdat appellant er abusievelijk vanuit ging dat de proceskostenvergoeding voor het hoger beroep al door het Uwv was betaald. Appellant heeft de Raad verzocht te willen bevorderen dat alsnog een uitspraak wordt gedaan over de vergoeding van die proceskosten.

OVERWEGINGEN

Op grond van artikel 6:21, eerste lid, en artikel 6:24 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan het hoger beroep schriftelijk worden ingetrokken. Behoudens in de gevallen waarin de intrekking van het hoger beroep onbevoegdelijk is afgegeven dan wel de intrekking binnen de hoger beroepstermijn wordt herroepen, kan een eenmaal ingetrokken hoger beroep niet meer ongedaan worden gemaakt, tenzij er sprake zou zijn van een wilsgebrek.
Bij brief van 23 januari 2015 is het hoger beroep door mr. Van Dalen bevoegdelijk en zonder enig voorbehoud ingetrokken. Van een herroeping van de intrekking binnen de hoger beroepstermijn is geen sprake. Niet gebleken is dat de intrekking van het hoger beroep berust op een wilsgebrek.
Het hoger beroep is rechtsgeldig ingetrokken. Deze intrekking kan niet meer ongedaan worden gemaakt. Gelet op hetgeen door de Hoge Raad onder 3.3 is overwogen in zijn arrest van
23 september 2011, ECLI:NL:HR:2013:BT2297, betekent dit dat het hoger beroep
niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2015.
(getekend) G.A.J. van den Hurk
(getekend) P. Boer
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

TM