ECLI:NL:CRVB:2015:1523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering dubbele WW-uitkering wegens fout UWV
Appellant heeft op 22 maart 2012 een WW-uitkering en toeslag aangevraagd. Het UWV heeft vervolgens twee besluiten genomen waarbij appellant tweemaal een WW-uitkering en toeslag ontving over overlappende periodes, als gevolg van een administratieve fout van het UWV.
Het UWV trok de eerste uitkering in en vorderde het teveel betaalde bedrag van € 2.184,01 terug. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond, stellende dat het voor appellant redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat hij teveel had ontvangen en dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV verantwoordelijk is voor de fout en dat terugvordering onredelijk is omdat de gelden reeds aan levensonderhoud waren besteed. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV op grond van wettelijke bepalingen verplicht was de uitkering in te trekken en terug te vorderen. Er waren geen dringende redenen aanwezig die terugvordering konden verhinderen, aangezien de financiële gevolgen niet onaanvaardbaar waren en rekening wordt gehouden met de beslagvrije voet.
De Raad stelde vast dat appellant uit de dubbele betaling en het hogere bedrag dan de oorspronkelijke inkomsten had moeten begrijpen dat hij teveel ontving. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; intrekking en terugvordering dubbele WW-uitkering bevestigd.