ECLI:NL:CRVB:2016:3709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting onder WWB
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na administratief onderzoek door de gemeente Eindhoven werden bankafschriften en verklaringen over stortingen op zijn rekeningen opgevraagd. Appellant leverde niet alle gevraagde informatie tijdig en volledig aan, waardoor het college de bijstand introk en terugvorderde.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep betwistte appellant de schending van zijn inlichtingenverplichting en voerde aan dat hij alle beschikbare informatie had verstrekt en dat bijstand geen arbeidsbeloning is.
De Raad oordeelde dat appellant niet tijdig en volledig alle relevante gegevens had verstrekt, met name over stortingen op een buitenlandse bankrekening. De intrekking en terugvordering van bijstand waren daarom terecht, maar de Raad paste de terugvordering aan door de stortingen als inkomen in mindering te brengen. De boete wegens schending van de inlichtingenverplichting werd verminderd vanwege verminderde verwijtbaarheid.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraken en de besluiten van het college, en bepaalde dat het college binnen zes weken een nieuwe beslissing moet nemen. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden vernietigd en aangepast, de boete wordt verminderd tot €440,- en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.